woensdag 29 juni 2011

De stadsmuur

Ooit was het duidelijk: de stad stopte bij de stadspoort, daardoor was je buiten. Op het platteland. Andersom was er ook geen twijfel mogelijk: zodra je de brug over was en de poortwachter gedag had gezegd was je veilig, binnen. Nu liggen de oude stadspoorten midden in de steden en is het alleen met een goeie plattegrond duidelijk wat binnen en wat buiten was.

Laatst zat ik aan een grote tafel met een aantal creatieve mensen om plannen te maken voor Utrecht in 2018. Rode draad, of misschien moet ik zeggen groene lijn in dat gesprek was de relatie tussen de stad en het platteland. Over hoe die relatie is: weten de stedelingen nog waar de melk vandaan komt? Weten de boeren wat er op het menu staat van de stedelijke eetcafe's? En wat wij zouden moeten of kunnen doen om deze relatie te verbeteren. De rode draad is dan een groene lijn: om de stedeling de weg te wijzen (vaak in letterlijke zin) naar buiten en om voor de boer een markt te creëren (net zo letterlijk) waar hij zijn producten kan verkopen. Hoe hef je de grenzen op? Hoe overbrug je de ringwegen rond de stad en hoe vertel je de stedeling het verhaal van de koe in de wei?

Toen dacht ik: is dat eigenlijk wel nodig? Willen we dat wel? Ik had net een groepje pubers in de polder gehad die al die vliegen en mestgeur maar niks vonden. Die veel liever bij de McDonalds zouden zitten. Dat is ook goed, dacht ik, alleen dan moeten ze daar ook wel blijven. De volgende dag stonden de media namelijk vol met berichten van een (vermoedelijk) stedelijke actiegroep die met schokkerige beelden duidelijk wilden maken hoe weinig ruimte onze kiloknallers in levende lijve hebben. Ik weet zeker dat er boeren zijn die graag zouden hebben dat die mensen gewoon binnen de stadsmuren hun zendelingenwerk zouden doen. Misschien is dat ook wel een stuk effectiever. Ik hoorde laatst dat er in een dorp een handtekeningenactie was geweest tegen de bouw van nieuwe mega-varkensstallen. 80% van de bevolking had getekend. Toen is een journalist voor de supermarkt gaan staan en heeft de mensen die hadden getekend geconfronteerd met hun vleesaankopen die bijna allemaal uit de ongewenste megastallen kwamen. Als we het niet meer kopen gaan de boeren vast ander(s) vlees produceren.

Dus ik zou willen pleiten om de oude stadsmuur in ere te herstellen. Gewoon weer een harde lijn trekken rond de stad, met duidelijke in- en uitgangen. Als je hem langs de ringweg zet kan hij mooi dienst doen als geluidswal en als uitkijkpunt. En bij de nieuwe poorten vindt de ontmoeting plaats tussen stad en platteland. De boer verkoopt er zijn ganzenvlees op de boerenmarkt, de stedeling huurt er een fiets met brede banden en een routebeschrijving. Word ik misschien op mijn oude dag nog poortwachter...

vrijdag 17 juni 2011

Het weer

Nadat de polderwachter met de dikke van Dale onder de arm alle natuur in Nederland heeft geschaard onder de noemer ‘cultureel groen’ blijft er weinig wild, woest en ongewijzigd meer over. Behalve het weer dan. Altijd aanleiding voor een gesprek. Soms in positieve zin, zoals op die eerste dagen die aan de lente doen denken, maar al snel wordt er geklaagd over dat het niet is zoals het zou moeten zijn: te droog, te warm of de wind uit de verkeerde hoek. Cloud-busters, windturbines en regendansen ten spijt hebben we dit deel van de natuur nog steeds niet onder controle. Iedere avond proberen de weermannen en -vrouwen met hun computermodellen een voorspelling te doen voor morgen. Zodat we ons vast kunnen voorbereiden op wat komen gaat. En dat valt niet mee want maar al te vaak produceren ze een wolkje met een zonnetje er bovenuit en een paar druppels er onder. Maar dat is vlees noch vis! ‘t Kan vriezen of ‘t kan dooien, wordt het regen of zon? ‘Hier en daar een bui’ klinkt wel heel precies: hier en daar, maar ik hoor nooit de exacte plaats en tijd, terwijl je daar pas echt wat aan hebt als je boodschappen moet doen of als je haar net netjes in de krul zit. Maar toch is dat waar we het over het algemeen mee zullen moeten doen, want juist dat zijn de typisch Hollandse luchten: van die mooie witte bloemkolen op een blauwe achtergrond waar je liggend op je rug tegen de dijk van die fantastische figuren in kan fantaseren.

De polderwachter heeft in de afgelopen acht jaar een paar honderd wandelingen gemaakt. Daarvan is er één niet doorgegaan vanwege ‘slecht weer’ en twee zijn er een weekje verzet. Maar bij alle wandelingen was het commentaar voor- of achteraf: ‘we hebben het getroffen met het weer’. Soms omdat het zonnetje echt lekker had geschenen, maar vaak ook omdat de enorme regenbuien die de computers hadden voorspeld in de fantasie van de mensen vele malen natter waren geweest dan de druppels die werkelijk waren gevallen. Zo blijkt maar weer: ware natuur boezemt ons nog altijd angst in.

Het weer is een van de weinige dingen waar wij als mens nog geen zeggenschap over hebben. En daarom laten we ons er iedere avond weer bang voor maken door Piet Paulusma en consorten. Met ‘hier en daar een bui’ is het woord al gevallen. En al blijven de druppels uit, in gedachten regent het.

Negenenegentig van de honderd keer is de openingszin van mijn gasten: “Nou, we treffen het met het weer!”. Want staan we dan eenmaal buiten aan het begin van de wandeling dan vallen de meeste buien toch dáár in plaats van hier. Dit is dus geen weerbericht. Ik zou niet durven. Ik snap niks van computer-weer-modellen, check alleen soms buienradar.nl. Ik zou u kunnen waarschuwen voor de schaapscheerderskou die volgens de volkswijsheid ergens aan het eind van de maand juni langskomt. Maar net als alle weersvoorspellingen is dat nattevingerwerk, een blik in een glazen bol. Ik zou het wel leuk vinden als ze daar voor komende maand eens nieuw weer in zouden zien. Iets wat we nog nooit gehad hebben. Warme poedersneeuw met aardbeiensmaak, noordwester-zweefwind met een drijfkracht van 60 kilo of droge muziekregen die het ritme van je lievelingsmuziek op de paraplu tikt. Dat laatste moet lukken...

woensdag 15 juni 2011

Mijn dijk.

Ik ben zo’n beetje 40 jaar geleden geboren aan de voet van de Hondsbossche zeewering. Neerlands mooiste dijk, zeg ik zonder terughoudendheid. Dat komt door het volgende:

Toen ik ter wereld kwam had ik mijn ogen dicht. Schijnbaar vond ik dat wel goed zo, want ik hield ze dicht, stijfdicht. Mijn vader heeft mij toen naar goed Hollands gebruik opgepakt, over zijn schouder gelegd en mij een fikse tik op de billen gegeven. Hij stond met zijn gezicht naar mijn moeder die nog op bed lag en mijn hoofd was dus over zijn schouder naar het raam gekeerd. Door die tik sperde ik mijn mond en ogen wijd open. Mijn eerste kreet was een kreet van verrukking. Voor mij lag de Hondsbossche zeewering, een rechte lijn van vijf kilometer lang. Dat beeld heeft zich in mijn netvlies gebrand. En als er vandaag de dag iets samenvalt met die lijn, ik noem een Hollandse horizon, een dijk of een schilderij van Mondriaan, dan vind ik dat mooi. Omdat het samenvalt met mijn oerbeeld.

Ook in mijn kinderjaren heeft de Hondsbossche mij gevormd, en ik een beetje de dijk. Toen hij in de jaren 80 op deltahoogte werd gebracht, heb ik ook menige vrachtwagen zand verplaatst met mijn speelgoedwagen. Ik heb toen niet met één, maar met al mijn vingers in de dijk gezeten. Daarna diende de dijk als Hollandse berg om vanaf te sleeën, als hoogtepunt voor het verrekijken en als we ‘s middags terug naar huis fietsten van school diende hij windvanger bij een harde noordwester. Ik weet wat je aan een dijk hebt. Geen polder zonder dijken, en ook geen polderwachter zonder dijken.

En nu neem ik mijn gasten regelmatig mee op een wandeling over de Hollandse dijken. Onderweg trakteer ik ze dan op verhalen over jongens met hun vinger in de dijk, over schapenpaadjes als ware kunstwerkjes en over de mogelijke terugkeer van de (water-)wolf. Zo stond ik laatst met mijn gasten op de dijk bij de Diemer vijfhoek. Als je daar bovenop staat heb je aan de ene kant land en aan de andere kant... ook land! Een zinloze dijk dus. Die kan wel opgeruimd, kan je mooi op die plek een weg aanleggen. Ja precies: de Dijkweg. Of niet? Nee, zeiden de kinderen in de groep, want deze dijk is al oud en hij is mooi. Daarmee hadden ze mij al overtuigd: opruimen was een slecht plan, hij mag blijven. Natuurlijk ook omdat we hem nog altijd nodig hebben als tweede, derde of vierde waterkering en als uitkijkpunt over de polders, maar goed ik was al overtuigd.

Op de terugweg hoorde ik dat ik in mijn opzet was geslaagd. Met het opscheppen over ‘mijn dijk’ had ik de tongen losgemaakt en laaide de discussie op over wat dan de mooiste dijk zou zijn. Met de sterkste verhalen als argument om de andere gasten te overtuigen. Precies zoals het hoort: schep een beetje op, overdrijf wat en leen hier en daar een anekdote. Maak van mijn verhaal ons verhaal. Maak van mijn dijk onze dijk.

geen© Polderwachter Marcel Blekendaal

dinsdag 7 juni 2011

Inzicht in uw uitzicht

Beet! Ja beste mensen, het is net zo makkelijk als karpervissen in een kweekvijver. U gooit uw hengel uit (u scant de QR-code) en na een paar tellen heeft u beet! In dit geval geen karper, maar een sterk verhaal verteld door Neerlands enige echte polderwachter.

Deze polderwachter is mijn alter ego, mijn wandelende kunstwerk. Hij schildert portretten van de Hollandse polders. Niet met verf op een doek, maar met verhaaltjes in de lucht. Mijn collega landschapschilders doen het als volgt: zij gaan naar buiten, de natuur in met hun ezel en doek. Daar leggen zij hun uitzicht vast in verf op het doek. Het mooie van zo'n schilderij is dat u enige tijd later van hetzelfde uitzicht kunt genieten. Vaak zelfs op een geheel andere plaats en tijd. Zo kunt u nu in het Mauritshuis kijken naar het gezicht op Haarlem geschilderd in 1675 door Jacob van Ruysdael. De kunstenaar heeft tijd en plaats stilgezet, gevangen in een lijstje.
Maar u mist de frisse wind door uw haren, het geluid van de kievit en de geur van vers uitgereden mest. Het plaatje is dus niet helemaal compleet.

En met de moderne technologie kan dat wel. Ik kan mijn schilderijen, mijn verhaaltjes ook stilzetten en in de lucht hangen. En u kunt ze er met uw smartphone uit vissen. Ik heb de plekken gemarkeerd met een zogenaamde QR code. Dus u fietst door de polder, ziet op een bankje of op een damhek een QR code staan, scant deze en het verhaaltje plopt op, compleet met geur, kleur en smaakstoffen.

En dit is meteen een mooie oplossing voor het probleem dat ik als polderwachter niet altijd overal in levende lijve aanwezig kan zijn. Ik zou er voor kunnen kiezen om meer polderwachters in dienst te nemen, en ze te posten op de mooiste plekken in ons landschap, maar dat wil ik niet. Ten eerste zou u dan door de polderwachters de polder niet meer kunnen zien en daarnaast is het heel uniek om de enige te zijn. En met de huidige communicatiemiddelen kan ik mijn schilderijen (tussen aanhalingstekens) gewoon in uw uitzicht hangen zonder daar iets fysieks aan toe te voegen. Geen grote informatieborden die precies voor datgene worden geplaatst wat ze u eigenlijk willen laten zien. Van die borden die na een jaar verkleuren en onleesbaar worden door het vuil en de korstmossen die het bord veroveren. Ook machtig interessant, die korstmossen, maar daarover staat dan weer geen informatie op het informatiebord.

Maar goed, ook ik weet dat het goed is om mensen te informeren over hun uitzicht. Hoe meer je weet, hoe meer je ziet. Dus pak uw fiets, ga op zoek naar de beste QR-visstekjes (u vindt ze op mijn website) dan geef ik u, geheel uit zicht, inzicht in uw uitzicht.